In gesprek met: Youssef El Akchaoui
Sommige spelers groeien in korte tijd uit tot iconen van de clubcultuur, niet alleen door hun prestaties op het veld, maar vooral door hun onvoorwaardelijke inzet en uitgesproken persoonlijkheid. Youssef El Akchaoui is bij uitstek zo’n speler. De linksback met de gouden traptechniek was een van de absolute leiders in het memorabele elftal onder Mario Been, schoot zichzelf in de blessuretijd de geschiedenisboeken in tegen Vitesse, en nam nooit een blad voor de mond. De man die synoniem staat voor rauwe passie en onvoorwaardelijke eerlijkheid blikt in een uitgebreid interview met Goffertpraat vol trots terug op zijn jaren in De Goffert, het internationale voetbal en de huidige, media-getrainde generatie.
De klik met Been en de invloed in de kleedkamer
Het Nijmeegse avontuur begon voor El Akchaoui in 2006 met een direct telefoontje. De verdediger zat transfervrij thuis na zijn vertrek bij ADO Den Haag, toen Mario Been contact zocht. Tussen de trainer en de verdediger ontstond al snel een bijzondere dynamiek. "Sommige clubs waren de voorbereiding al begonnen. Mario Been belde mij toen op en zei letterlijk: 'Ga je mee naar N.E.C.?' Waarop ik antwoordde: 'Geen gekke vragen stellen, trainer.' Hier voelde ik direct al een bepaalde warmte. Helemaal toen ik aanvoerder werd. Toen merkte ik wel dat ik soms samen met de trainer de koers bepaalde."
Een perfect voorbeeld van die medeverantwoordelijkheid was de manier waarop de selectie omging met de komst van huurling Jeremain Lens. De jonge aanvaller was aan de bal briljant, maar had defensief in het begin moeite om zijn taken uit te voeren. "Hij werd voor twee weken teruggezet naar het tweede, maar na een week liep ik de kamer van Mario Been binnen. Even later zat Lens weer bij ons in de kleedkamer, met de afspraak dat hij slechts tot de middenlijn hoefde mee te verdedigen en de rest aan ons overliet. Hij stond dan vrij zodra wij de bal veroverden en de bal ging vervolgens direct naar hem. Die schoot ze er een voor een in. Samen met jongens als Jonas Olsson en Lorenzo Davids losten we dat onderling op."
De fundamenten van een Europees succeselftal
Onder Been ontstond een ploeg die een enorme sportieve en mentale groei doormaakte. Dat de neuzen destijds allemaal dezelfde kant op stonden, was volgens de verdediger geen toeval, maar het resultaat van een ongekende duidelijkheid binnen de selectie. "Wij hadden uiteindelijk een geweldige spelersgroep en dit kwam mede door het feit dat iedereen wist wat hij moest doen in zijn positie en zijn rol accepteerde. Met ongeveer vierentwintig man wist iedereen: ik behoor tot de eerste elf, of ik behoor tot nummer twaalf tot en met achttien en neem genoegen met een plek op de bank of de tribune. Hiermee was er een soort van 'rust' binnen de groep en stonden alle neuzen in de juiste richting." Die eenheid beperkte zich niet tot de kleedkamer.
Als oud-spelers spreken over de 'N.E.C.-familie', doelen ze vaak op de blindelingse loyaliteit van iedereen rondom het stadion, iets wat El Akchaoui nog altijd diep raakt. "Dat wij blind konden vertrouwen op iedereen binnen de selectie, zowel binnen als buiten het veld, was cruciaal. Af en toe waren er wel incidenten, maar alles bleef binnenskamers. De vrijwilligers en de echte Nijmegenaren deden écht veel voor de club en dat wordt vaak niet gezien. Een diepe buiging voor dat soort mensen. Veel supporters konden eigenlijk geen seizoenskaart betalen, maar sloegen een vakantie over om die toch te kopen. Daar staan we niet vaak genoeg bij stil."
Een gouden traptechniek en '90+3'
Het absolute handelsmerk van El Akchaoui in dat succeselftal was zijn loepzuivere traptechniek. De lange ballen en vlijmscherpe vrije trappen waren het resultaat van talent, maar vooral van jarenlange, gerichte arbeid. "Vanaf het moment dat ik een bal aanraakte, vond ik het al leuk om hem hard en hoog te trappen. Natuurlijk heb ik mijn traptechniek al in de Feyenoord Academy lopen trainen en verfijnen. Het exacte aantal uren heb ik niet bijgehouden, maar het was zeker wel gemiddeld vijf tot tien uur per week extra. Ik kreeg er een geweldig gevoel bij als ik een bal opende naar de andere kant van het veld en hij zo precies aankwam op iemands stropdas."
Via een ander dood spelmoment verkreeg hij een eeuwige heldenstatus in Nijmegen. De rake strafschop in de Gelderse Derby tegen Vitesse, diep in de blessuretijd, staat in het geheugen van iedere supporter gegrift. "Dat is absoluut een hoogtepunt in mijn N.E.C.-shirt. Het was de derby tegen Vitesse, bij ons thuis in een uitverkocht huis, en het zonnetje scheen. We zijn nu bijna twintig jaar verder en ze noemen me nog steeds '90+3=El Akchaoui'.
Andere hoogtepunten waren natuurlijk de Europese wedstrijden, en in het bijzonder thuis tegen Udinese. Toen ging echt het dak eraf en stond Nijmegen op zijn kop. Als ik diep terugdenk aan dat soort wedstrijden en dan die beelden erbij pak, tja... dan word ik wel emotioneel." Ook de memorabele uitoverwinning op Spartak Moskou in de groepsfase van de UEFA Cup was zo'n moment waarop alles op zijn plek viel voor die generatie.
"In Moskou kwamen wij achter met 1-0 en werd er in de kleedkamer flink gescholden en gewezen. Na een opmerkelijke wissel en een tactische aanpassing wonnen wij uiteindelijk met 1-2. Niemand dacht dat we de drie punten mee naar huis zouden nemen, maar eerlijk gezegd zaten wij in een gigantische flow. Toch bleven wij als spelersgroep hartstikke nuchter onder dat succes."
Tussen twee werelden
Zijn prestaties in Nijmegen bleven ook internationaal niet onopgemerkt. Na in zijn jeugd al eens het shirt van Oranje Onder-18 te hebben gedragen onder Mark Wotte, koos hij op latere leeftijd voor het Marokkaanse nationale elftal, een keuze die diepe emoties losmaakte. "Spelen voor Oranje Onder-18 was al een supertrots moment, maar toen ik voor het Marokkaans elftal mocht spelen, kwamen er echt andere gevoelens los. Dat is eigenlijk niet te beschrijven: zoiets euforisch en vol trots naar mijn andere roots en familie. Toen merkte ik pas hoe rijk ik was als mens, en ik ben dankbaar dat ik beide shirts heb aangehad. Het was de kers op de taart."
De dynamiek in de Marokkaanse selectie vormde destijds echter een uitdaging. De ploeg was een mix van spelers uit de Europese topcompetities en talenten uit de lokale competitie. "Dat waren twee verschillende dimensies. De spelers uit de Marokkaanse competitie hadden toch een mindere jeugdopleiding genoten dan wij in Europa. Het tactisch vermogen was het grootste verschil; fysiek en qua snelheid was het prima. Er was altijd wel een 'ongeschreven concurrentie'. Dat gaf mij ook weleens het gevoel dat ik eigenlijk tussen twee werelden in leefde. Hier in Nederland word ik nog steeds gezien als buitenlander, terwijl ik hier geboren ben. En als ik op vakantie ben in Marokko, word ik óók gezien als een buitenlander. Tja, het is wat het is."
Toch nam hij een waardevolle les mee uit het internationale topvoetbal, een les die volgens hem nog wel eens vergeten wordt in de Nederlandse school. "Ik heb daar geleerd dat het eigenlijk niet draait om het systeem of tactische planning, maar om de absolute wil om te winnen. Hoe dan ook, en met wat voor tactiek dan ook. In Nederland willen we soms allemaal nog opbouwen zoals het uit het boekje hoort, maar dat soort internationale wedstrijden draaien gewoon om winnen en doorgaan. Het is ook prachtig om direct te moeten presteren met spelers waarmee je maar een paar keer—of juist helemaal niet—hebt getraind."
Rauwe eerlijkheid in een voorgeprogrammeerde voetbalwereld
El Akchaoui was in zijn carrière altijd recht voor zijn raap, ook als hem dat in conflict bracht met bestuurders of trainers. Het is een eigenschap die hem typeert en waar hij nog altijd vierkant achter staat. "Daar ben ik heel trots op, want je verifieert direct hoe de mensen om je heen over je denken of hoe ze met je willen omgaan. Ik ben daar heel duidelijk in: of je kunt met me, of helemaal niet. Ooit zei Jos Luhukay, mijn trainer bij FC Augsburg, tegen mij: 'Youssef, in het leven heeft iedereen zijn route. Blijf op jouw route, maar soms moet je even van jouw route af en dan weer snel terug.'
Dat is precies hoe ik in het leven sta. Helaas leven wij met bepaalde mensen in de voetballerij die totaal niet capabel zijn om op die stoel te zitten. Ik ben er trots op dat ik altijd eerlijk ben geweest. Helaas heeft me dat ook weleens de kop gekost, maar dat vind ik niet erg." Die rauwe, ongefilterde eerlijkheid mist hij dan ook ten diepste bij de huidige lichting profvoetballers, die door strakke mediatraining vaak op de automatische piloot lijken te praten. "Ik kan daar echt heel slecht tegen en walg hiervan. Wij zijn niet zo opgevoed door onze ouders. Ik kom uit Alblasserdam, een klein, geweldig dorp waar recht gewoon recht is, en krom krom. Ik weet niet of dit komt door de generatie zelf, of door de mensen die weer een bepaalde functie bekleden in de voetballerij, maar ik ben al een tijdje klaar met dat politiek correcte. Niet allemaal hoor, maar de meesten van deze generatie zijn een soort van geprogrammeerd en zeggen alleen de dingen die mensen willen horen. Bah..."
Ook buiten de lijnen ziet hij dat voetbal en politiek steeds vaker ongewenst met elkaar vermengd raken. Op de vraag welke rol voetbal zou moeten spelen in het verbinden van mensen, is zijn antwoord helder. "Altijd eerlijk zijn en niet zomaar ongevraagd jouw mening geven. Daar hebben wij er in Nederland helaas veel van. Als ik de tv aanzet, hoor ik vaak mensen praten om het praten, of praten vanuit een bepaalde hoek. Dat is niet waar het om draait in het leven, vind ik. Voetbal en politiek kunnen en mogen nooit samengaan. Helaas gebeurt dat toch, omdat er te veel belangen zijn."
Het leven na het voetbal en toekomstige ambities
Inmiddels heeft hij zijn rust gevonden. Waar veel ex-profs kampen met het beruchte 'zwarte gat', verliep de overstap naar het leven na het voetbal voor hem relatief soepel. "Dat ging eigenlijk heel goed, want ik ben direct voetbalmakelaar geworden en ben niet thuis achter de geraniums gaan zitten. Daarnaast had ik ook een voetbalschool geopend en gaf ik privétrainingen en kleine groepstrainingen. Ik was dus druk bezig in de voetballerij, maar dit keer naast het veld in plaats van erop. Natuurlijk miste ik de wedstrijden wel, maar aan de andere kant had ik er ook vrede mee. Mentaal had ik mezelf al een beetje voorbereid op het stoppen."
Tegenwoordig haalt hij zijn grootste voldoening uit simpele dingen: genieten van het leven, zijn drie kinderen, ouders en dierbaren. Toch kriebelt het gras nog steeds. De ambities voor een terugkeer in de kleedkamer zijn inmiddels concreet. "Ik ben niet zo'n planner wat dat betreft, ik zie wel wat er op mij afkomt en dan kijk ik of het past. Ik ben drie jaar geleden gestopt als makelaar en heb inmiddels mijn UEFA B (VC3) diploma gehaald. Mijn ambities zijn om nu ergens een assistent-trainer te worden en weer dagelijks met de boys op het veld aan de slag te gaan."
Als de volwassen Youssef van nu terugkijkt op de jonge, onverzettelijke verdediger die ooit De Goffert binnenstapte, is de conclusie mild. Hij zou zijn jongere zelf hooguit adviseren om af en toe wat minder moeilijk te doen en de drang om zijn gelijk te halen eens los te laten. Spijt heeft hij echter nergens van. Keuzes maak je in het moment, en in de voetballerij kan een situatie na een uur alweer compleet veranderd zijn. Het hoort allemaal bij de roerige reis die hem onder andere naar die historische UEFA Cup-campagne bracht.
Mocht hij de klok één keer kunnen terugdraaien, dan stond hij direct weer aan de aftrap voor dat magische thuisduel met Udinese. Zijn nalatenschap in die kolkende Goffert is inmiddels diep verankerd in de clubhistorie. Er is geen standbeeld of politiek correcte lofzang nodig om zijn naam levend te houden. De enige herinnering die hij over twintig jaar écht hoopt op te roepen, weerspiegelt exact de rauwe mentaliteit die hem in Nijmegen zo onverminderd populair maakte: "Die Youssef hè, dat was een eerlijke jongen en een vechter op het veld. Waren zulke spelers er nu nog maar."