Zaterdag 12 september zat Dusan Tadić negentig minuten op de bank terwijl N.E.C. bij Cambuur met 3-0 onderuitging. Zes dagen later meldde de Servische bondscoach Veljko Paunovic hem alsnog aan voor zijn nationale ploeg. Voor het eerst sinds hij na het EK 2024 stopte als international, trekt Tadić straks weer het shirt van Servië aan — en dat tegen niemand minder dan Oranje.
Een rentree na twee jaar stilte
Tadić maakte zijn afscheid als Servisch international in 2024 niet vrijwillig. Hij werd destijds gepasseerd voor de EK-duels tegen Engeland en Denemarken en trok daaruit zijn conclusies na een meningsverschil met toenmalig bondscoach Dragan Stojkovic. Sindsdien bleef de deur voor de nationale ploeg dicht, ook toen de Servische bond hem volgens eigen zeggen meermaals belde.
Tegenover het ANP legde Tadić uit waarom hij nu wel terugkeert: "Het klopt dat ik terugkeer bij het nationale elftal. Nadat ik was gestopt, hebben ze me meerdere keren gebeld. Ik was toen niet klaar om terug te komen. Ook omdat ik in de Verenigde Arabische Emiraten speelde; te ver voor mij om te reizen. Nu ik terug ben in Europa, heb ik besloten om mijn rentree te maken en ze te helpen." Vorig seizoen speelde hij nog bij Al-Wahda in de VAE, voor hij deze zomer bij N.E.C. tekende.
Met 111 interlands, 23 doelpunten en 38 assists is Tadić recordinternational van Servië. Bondscoach Paunovic, die sinds oktober vorig jaar de leiding heeft, ziet er kennelijk geen been in om de 37-jarige routinier terug te halen voor een programma vol met Nations League-duels: op 24 september tegen Griekenland in Belgrado, drie dagen later tegen Nederland — eveneens in Belgrado — en na een tussenstop in München tegen Duitsland op 1 oktober volgt op 4 oktober de return tegen Oranje, dit keer in Eindhoven.
Bij N.E.C. blijft het spartelen
Die oproep steekt schril af tegen zijn seizoen bij N.E.C. In negen wedstrijden — vijf in de Eredivisie, vier in de Europa League — staat Tadić nog altijd op nul doelpunten. Tegen Cambuur, de wedstrijd waarna zijn Servische rentree bekend werd, kwam hij dit keer zelfs geen minuut in actie. Het is een cijfer dat niet past bij de status waarmee hij afgelopen zomer in Nijmegen werd binnengehaald.
Goffertpraat schreef eerder al over die kloof tussen verwachting en werkelijkheid: de tribune blijft kritisch, terwijl de cijfers rond Tadić mager blijven. Die scepsis wordt niet weggenomen door een interlandoproep — eerder wordt het contrast er alleen maar scherper door zichtbaar. Een speler die bij N.E.C. niet aan scoren toekomt, wordt in Belgrado alsnog als onmisbaar gezien voor de titelstrijd in de Nations League.
Het past bovendien in een periode waarin N.E.C. zelf naar overtuigend voetbal zoekt. Na de nederlaag bij Cambuur volgden een 5-0-afstraffing bij Juventus in de Europa League en een gelijkspel tegen Go Ahead Eagles. Juist in een fase waarin de ploeg van trainer Dick Schreuder snakt naar doelpunten, is de aanvaller met de meeste naam en faam degene die nog altijd niet heeft gescoord.
Twee werelden, één speler
Voor N.E.C. is het geen onbekend fenomeen: een international die het bij de club moeilijker heeft dan bij zijn nationale ploeg. Voor Tadić zelf ligt de opgave nu tweeledig. Bij Servië moet hij na twee jaar afwezigheid meteen een sleutelrol pakken tegen een Nederlands elftal dat naar eigen zeggen voor het eerst ooit tegenover de Serviërs staat in een officiële wedstrijd. Bij N.E.C. moet hij ondertussen nog altijd zijn eerste treffer van het seizoen maken, nadat hij bij Cambuur de hele wedstrijd langs de kant bleef.
Voor N.E.C. zelf verandert er in de agenda weinig: de eerstvolgende wedstrijd staat pas op 10 oktober op het programma, uit bij Ajax. Tadić hoeft dus geen competitieduel te missen voor zijn reis naar Servië, wat de vraag alleen maar scherper maakt of hij na de interlandperiode met meer zelfvertrouwen terugkeert in Nijmegen.
Wat een goede interlandperiode voor zijn vorm in Nijmegen kan betekenen, moet nog blijken. Maar de tegenstelling is voorlopig compleet: in Belgrado en Eindhoven wordt hij dit najaar verwacht als sleutelspeler van een natie, in De Goffert wacht hij intussen nog altijd op dat eerste doelpunt.



