Voor een club die een sportieve opmars doormaakt, is de zomerse transferperiode vaak de ultieme test. Waar een succesvol seizoen automatisch zorgt voor interesse van grotere clubs in de uitblinkers, vraagt het doorontwikkelen van de selectie om visie en rust.
In Nijmegen is Carlos Aalbers de man die deze dynamiek in goede banen leidt. Ver weg van de waan van de dag bouwt de technisch directeur gestaag aan het fundament onder het huidige N.E.C. Een nadere blik op zijn levensloop en transferbeleid laat zien waarom zijn structurele invloed op de club inmiddels vergelijkbaar is met die van iconen uit het verleden.
De constante factor
Voor een goed begrip van zijn huidige rol is de context van zijn verleden als speler essentieel. Tussen 1982 en 1996 speelde de geboren Winssenaar maar liefst 385 officiële wedstrijden in het Nijmeegse rood-groen-zwart.
Hij was een constante factor in een elftal dat sportieve pieken en dalen kende, en stond op het veld tijdens de meest memorabele duels uit die decennia. Zo startte de destijds 19-jarige middenvelder in de basis tijdens het Europacup II-tweeluik tegen het grote FC Barcelona van Diego Maradona en Bernd Schuster in 1983. In De Goffert nam N.E.C. een 2-0 voorsprong, om uiteindelijk eervol met 2-3 te verliezen, waarbij Aalbers in beide wedstrijden de volledige negentig minuten volmaakte. Ook bereikte hij met de club de KNVB Bekerfinales van 1983 en 1994. Dat de clubleiding altijd op zijn inzet kon bouwen, bleek wel in het voorjaar van 1996. Nadat hij eigenlijk al was gestopt, keerde hij in acute degradatienood terug bij de selectie. Met elf optredens in de slotfase van het seizoen hielp hij N.E.C. via de nacompetitie in de Eredivisie te blijven, om pas daarna definitief af te zwaaien.
Van voetbaltenue naar driedelig pak
Na zijn actieve loopbaan en een rol in de Raad van Commissarissen, begon Aalbers in 2007 aan zijn eerste termijn als technisch directeur. In die periode zette hij belangrijke stappen in het professionaliseren van de club. Hij introduceerde een datagedreven scouting en legde daarmee de basis voor het succesvolle UEFA Cup-seizoen in 2008. Door gerichte en veelal transfervrije aankopen, zoals de destijds bij De Graafschap opgepikte Lasse Schöne, voorzag hij de selectie van de nodige creativiteit. Tegelijkertijd zorgde hij ervoor dat de doorstroming vanuit de eigen jeugd rendeerde. Het inpassen en uiteindelijk voor miljoenenbedragen verkopen van zelfopgeleide spelers als Jasper Cillessen en Bram Nuytinck gaf N.E.C. financieel aanzienlijk meer lucht.
Na waardevolle periodes bij FC Groningen en AZ als hoofdscout, waar hij ruime ervaring opdeed met het inrichten van jeugdopleidingen en topsportstructuren, keerde hij in november 2022 terug in De Goffert. N.E.C. had zich inmiddels dankzij geldschieter Marcel Boekhoorn financieel versterkt, maar zocht naar een stabiel sportief beleid. Aalbers bracht een helder meerjarenplan mee, gebaseerd op continuïteit en gericht scoutingswerk.
De blauwdruk voor Europees voetbal
De sportieve stappen die het eerste elftal momenteel zet, inclusief de historische derde plaats en het behalen van Europees voetbal, zijn een direct gevolg van dat beleid. Aalbers toont aan dat hij de juiste balans weet te vinden tussen het genereren van transferwaarde en het bewaken van de prestaties op het veld. Dat begon al bij de technische staf: de aanstelling van Dick Schreuder bleek een schot in de roos om een aanvallende en hoog druk zettende speelstijl in Nijmegen te implementeren.
Zijn werkwijze op de spelersmarkt leest als een blauwdruk voor modern clubmanagement. Zo anticipeerde hij feilloos op de recordtransfer van doelman Robin Roefs door tijdig en accuraat door te schakelen en de positie direct adequaat in te vullen met Gonzalo Crettaz. Diezelfde visie bleek afgelopen winter: toen diverse grotere clubs zich met miljoenenboden meldden voor smaakmaker Kodai Sano, hield Aalbers de selectie intact om de sportieve doelstellingen richting het einde van het seizoen te waarborgen.
De echte kracht van zijn beleid zit echter in de brede en inventieve samenstelling van de spelersgroep. Hij voorzag het elftal van controle en duelkracht door de fysiek imposante Kroaat Darko Nejašmić aan het middenveld toe te voegen. Aan diezelfde linie voegde hij met de Franse jeugdinternational Noé Lebreton een speler toe wiens snelle aanpassing én groei getuigt van uitstekend voorwerk door het scoutingapparaat.
Ook binnen de landsgrenzen toont de technisch directeur zijn creatieve blik. De komst van Deveron Fonville is daar een perfect voorbeeld van: door dit talent voor een relatief bescheiden bedrag op te pikken bij FC Dordrecht, haalde N.E.C. een speler in huis die de stap vanuit de Keuken Kampioen Divisie naar de subtop naadloos wist te maken. Voorin plukt de club bovendien optimaal de vruchten van een strategisch netwerk in Japan. Naast het succesvol activeren van de koopoptie op topschutter Koki Ogawa, haalde Aalbers met Kento Shiogai al in een vroeg stadium een veelbelovende en waardevaste aanvaller naar De Goffert. Tegelijkertijd blijft de verbinding met de eigen DFDS-Voetbalacademie intact, waarmee de identiteit en de langetermijnvisie van de selectie gewaarborgd blijven.
Gegoten in brons
Op het voorplein van De Goffert staan momenteel de standbeelden van Sije Visser en Frans Janssen, mannen die respectievelijk symbool staan voor clubtrouw en doelpunten. In de voetbalwereld is het gebruikelijk om vooral de prestaties binnen de lijnen op deze manier te eren. Voor een club die echter de transitie maakt van de middenmoot naar de structurele subtop, is de organisatie achter de schermen minstens zo bepalend. Carlos Aalbers belichaamt die ontwikkeling als geen ander. Waar hij in de jaren tachtig en negentig als speler fysiek de strijd aanging om de club op het hoogste niveau te houden, heeft hij de afgelopen decennia als technisch directeur de basis gecreëerd voor de huidige stap naar Europa. Hij voorzag de club van een topsportklimaat, een duidelijke transfervisie en een solide financieel fundament.
Een standbeeld voor Aalbers is daarmee niet alleen een waardering voor zijn lange staat van dienst, maar bovenal een blijvende erkenning van de moderne fundering die hij onder de club heeft gelegd. Terwijl de verwachtingen rondom het eerste elftal blijven groeien, ligt de focus op De Eendracht onverminderd op continuïteit. Een vaste plek tussen de iconen in de catacomben van het Goffertstadion is dan ook een meer dan logisch eerbetoon aan de architect van het huidige N.E.C.



