Voor de trouwe aanhang van N.E.C. is hij absoluut geen onbekende, maar voor de nieuwere generatie supporters op de tribunes van De Goffert is het hoog tijd voor een hernieuwde kennismaking. We gingen in gesprek met voormalig middenvelder Dominique Kivuvu over zijn jeugd, zijn absolute hoogtepunten in het shirt van de Nijmegenaren en zijn huidige leven ver buiten de Nederlandse landsgrenzen.
De ultieme droom
Om te snappen wie Dominique Kivuvu op het veld was, moeten we eerst terug naar zijn wortels in de hoofdstad. Hij vertelt met trots over zijn afkomst: "Ik ben geboren en getogen in Amsterdam, groeide op in Amsterdam-West, Geuzenveld. Ik spendeerde mijn tijd het meest op het 'Abdelhak Nouri pleintje', wat toen nog het 'Nigel de Jong pleintje' was. Als jonge jongen was ik altijd actief op de straatvoetbaltoernooitjes in Amsterdam."
Hoewel hij als tiener nog even dacht aan een carrière als skateboarder en ook veel met muziek bezig was, verdween de liefde voor de bal nooit. De vonk sloeg definitief over in het stadion. "Ik heb altijd geweten dat ik profvoetballer wilde worden. In 1995 zag ik mijn eerste wedstrijd in de ArenA: Ajax tegen MVV. Toen zag ik Patrick Kluivert en Marc Overmars schitteren in het Ajax-shirt en hoe zij het voetbal prachtig maakten. Dat moment versterkte mijn inspiratie. Ik dacht: ja, dat wil ik ook.”
Zijn talent op de pleintjes in Amsterdam bleef inderdaad niet onopgemerkt. Na zijn jeugd bij de amateurclub Neerlandia SLTO belandde hij op 13-jarige leeftijd bij Stormvogels/Telstar. "Daar heb ik de jeugd doorlopen en ben ik op 17-jarige leeftijd in het eerste elftal gaan spelen onder Luc Nijholt. Na zes maanden in de Gouden Gids Divisie kwamen Eredivisie-clubs," blikt hij terug. De keuze viel uiteindelijk op N.E.C., een beslissing die perfect uitpakte: "Mijn keuze viel op N.E.C. na een warm gesprek met Mario Been. Bij Been voelde ik dat plezier, verbetering en openheid centraal stonden."
Het magische 2008
Wie de tijd van Kivuvu in Nijmegen bespreekt, kan simpelweg niet om het geweldige jaar 2008 heen. Toch ging dat succes niet zonder slag of stoot. "2008 was een magisch jaar waarin we Europees voetbal haalden," vertelt hij. "Maar in de eerste seizoenshelft waren we geen team, meer eilanden. Het dieptepunt was de bekeruitschakeling tegen PEC Zwolle, gevolgd door elf vuilniszakken van supporters op het veld. Dat was een wake-up call, en toch ook wel hilarisch voor iemand als ik, die wel van een grapje houdt en een creatief grapje kan waarderen."
De ommekeer volgde, grotendeels dankzij de teambuilding van Mario Been. De trainer straalde rust uit en plande uitjes zoals paintballen en gezamenlijke maaltijden na de training. Kivuvu herinnert zich de transformatie goed: "In de tweede seizoenshelft viel alles op z’n plek: we werkten samen, dwongen geluk af en wonnen. Dat liet zien hoe ver vertrouwen en teamgeest je brengen. Het grote verschil in het veld was dat wij als team speelden en elkaars kwaliteiten benutten."
Dat collectieve succes vroeg ook om persoonlijke offers. "Ik maakte wat minder speelminuten dan in de eerste seizoenshelft en viel niet altijd in op mijn favoriete positie, maar dat was wat er van mij gevraagd werd. Zo had iedereen zijn rol in de ploeg, in het belang van het team."
Gevraagd naar zijn absolute hoogtepunt, twijfelt hij tussen individueel succes en teamprestatie. "Er waren veel prachtige momenten, zoals mijn basisdebuut tegen Feyenoord, waar we met 4-1 wonnen en ik mijn eerste doelpunt maakte. Ik herinner het me alsof het gisteren was. De enige instructie die ik kreeg van de trainer was: 'geniet ervan, jongen', zei hij met een grote glimlach. Toch is mijn allermooiste herinnering het behalen van Europees voetbal in 2008. Het ging niet om het individu, maar om het team. Het was prachtig om de jongens te zien schitteren, de sfeer was fantastisch en dat blijft mijn mooiste herinnering."
Leerschool
Zijn reis bracht hem uiteindelijk ver buiten De Goffert, naar clubs in Roemenië, Zweden en Angola. Onderweg pikte hij van iedere trainer belangrijke lessen op die hem als speler vormden.
Zo ontwikkelde hij zich in de A-junioren onder Jurgen Seegers flink: "Daar leerde ik heel veel motorisch." Vervolgens nam Gideon Dijks hem onder zijn hoede, van wie hij leerde "hoe ik een leider moest zijn." Het vuur in zijn spel werd verder aangewakkerd bij Telstar, waar Luc Nijholt hem liet inzien "hoe je met het hart speelde." Eenmaal in Nijmegen legde Mario Been weer andere accenten; hij leerde de middenvelder naar eigen zeggen "meer plezier en het technische aspect van voetbal." Zijn buitenlandse avontuur bij CFR Cluj onder Andrea Mandorlini maakte de voetballer Kivuvu ten slotte compleet. "Hier leerde ik heel veel tactisch," vertelt hij, "en hoe belangrijk winnen is."
Die rugzak aan ervaring zorgde ervoor dat hij mee kon draaien tegen Europese topclubs als Bayern München en AS Roma. Maar het absolute kroonjuweel op internationaal niveau was spelen voor het land van zijn roots. "Voor Angola spelen was een prachtige ervaring. Ik had eerder tot en met Oranje onder 21 gespeeld, maar dit was anders. Het was mijn eerste keer in Angola en dat maakte het extra bijzonder. Omdat ik fysiek sterk gebouwd ben, paste de speelstijl daar goed bij me: veel fysiek én techniek. Ik leerde mijn lichaam meer gebruiken en fysiek echt in mijn voordeel te laten werken."
In een carrière vol internationale duels deelde Kivuvu het veld met grote namen. Een absolute uitblinker was zijn voormalige teamgenoot Rafael Bastos. "Een technisch begaafde Braziliaanse aanvallende middenvelder. Hij had een prachtige trap en passeerde een man simpel met één-tweetjes. Helaas was hij buiten het veld erg actief. Ik denk dat als hij zich honderd procent op voetbal had gericht, zijn carrière nog mooier had kunnen zijn."
Ook bij de tegenstanders zag hij absolute wereldklasse. "Bastian Schweinsteiger viel op door zijn kalmte en de keuzes die hij maakte aan de bal. Toch was Frenkie de Jong degene die me het meest bijbleef. Zijn flair, gecombineerd met het voetbalintellect van een volwassene... Ik vond het mooi om te zien hoe gedisciplineerd hij speelde. Dat zegt wel iets over een speler, zowel binnen als buiten het veld."
Voor altijd verbonden
Ondanks alle buitenlandse avonturen blijft de band met N.E.C. bijzonder. In 2016 keerde hij even terug om mee te trainen. "Het voelde absoluut als thuiskomen. De kleedkamer voelde nog steeds als vroeger, mede door bekende gezichten als Patrick Pothuizen, Muslu Nalbantoğlu en Rutger Worm." De wedstrijden van N.E.C. volgt hij tegenwoordig nog wel, maar dan op afstand. "Ik kijk überhaupt bijna geen voetbal meer, maar volg ze via Instagram en check zo nu en dan de stand. Al sluit ik me wel aan bij Wilco van Schaik en Marcel Boekhoorn: ik verwacht volgend jaar N.E.C. tegen Real Madrid in De Goffert," lacht hij.
Gelukkig zonder voetbal
Tegenwoordig leidt Kivuvu een totaal ander leven. "Ik woon nu in Boekarest, Roemenië, waar ik als retail-investeerder werk. Dat betekent veel schermtijd, maar daarbuiten ben ik juist graag in de gym om fit te blijven, boks ik graag en geniet ik van mijn tijd met familie en vrienden."
Van de hectiek van het volle Goffertstadion en Europese droomaffiches, naar de kalmte van de Roemeense bossen. Waar veel ex-profs wanhopig op zoek blijven naar de adrenaline van de voetbalwereld door direct het trainersvak in te stappen, heeft Kivuvu de ultieme balans gevonden. Geen persconferenties, geen tactische besprekingen en geen volle tribunes meer. Gewoon genieten van een goed boek, een lange wandeling en de rust van het moment. "Ambities als trainer heb ik niet," besluit hij stellig en tevreden. "Dit is mijn pad en dat past me perfect."
De straatvoetballer uit Geuzenveld heeft zijn eindbestemming bereikt. Niet meer in de schijnwerpers, maar wel precies waar hij wil zijn.



