Met zijn brede glimlach, onvermoeibare werklust en fysieke kracht groeide de Congolees uit tot een publiekslieveling in Nijmegen. Een speler die achter elke bal aan joeg en verdedigers continu bezighield. Na zijn vertrek en zijn vroege voetbalpensioen werd het echter stil rondom de cultheld. Tijd om hem op te zoeken voor een gesprek over zijn jaren in De Goffert, de harde voetbalwereld en zijn werk van nu.
De omweg naar Nijmegen
De route van Tumba naar De Goffert liep via een flinke omweg. Op twaalfjarige leeftijd ruilde hij Congo in voor Frankrijk, waar hij uiteindelijk de stap naar het profvoetbal maakte. De spits zet de tijdlijn zelf graag even op een rij. "Ik speelde zeven jaar bij FC Metz," begint Tumba. "Na mijn vertrek bij Metz ben ik niet direct naar Nederland verhuisd. Ik werd eerst verhuurd aan FC Mulhouse in de Franse tweede divisie, en daarna kwam ik van 1998 tot 2001 uit voor De Graafschap."
Die jaren in de Achterhoek waren een goede kennismaking met het Nederlandse voetbal, maar in Nijmegen vond hij echt zijn thuis. In 2001 trok hij voor drie seizoenen het shirt van NEC aan. Hij kwam vaak als invaller binnen de lijnen en bracht dan direct nieuwe energie in de ploeg. "Vanaf het moment dat ik in Nijmegen aankwam, werd ik warm onthaald," vertelt hij over die start. "Ik voelde meteen dat NEC een warme familieclub was, heel dicht bij de spelers en er altijd op gericht om hen zich op hun gemak te laten voelen. Ik was er trots op om daar te zijn."
Voetbal als universele taal
De overstap naar de Nederlandse cultuur ging hem goed af, mede dankzij zijn open houding. Buiten het veld was het soms wennen, maar de kleedkamer voelde als een vertrouwde plek. "Ik heb het geluk gehad dat ik bij elke club waar ik speelde met respect en professionaliteit werd onthaald, en daar ben ik dankbaar voor," legt hij uit. "De grootste verschillen van land tot land waren cultureel, maar voetbal blijft een universele taal. Cultuur kan veranderen, maar de passie voor voetbal is overal."
Twee clubs nemen in zijn loopbaan een speciale plaats in. "Als ik vanuit mijn hart spreek, dan zijn NEC Nijmegen en De Graafschap twee clubs waar ik onvergetelijke momenten heb beleefd, momenten van vreugde, verbinding en diepe emotie. Bij die clubs heb ik niet zomaar gevoetbald; ik beleefde daar bijzondere momenten die me hebben gevormd als speler en als mens. Die herinneringen zullen me altijd bijblijven en hebben een uniek plekje in mijn hart."
Binnen de NEC-selectie, een mooie mix van gevestigde spelers en jong talent, vond hij snel zijn draai. Tumba lag goed in de groep: "Natuurlijk heb je in het begin tijd nodig om je aan te passen, de taal te leren en de cultuur te begrijpen. Maar ik kon het met iedereen goed vinden. Ik had een bijzonder goede band met Jarda Šimr, vooral omdat hij ook in Nijmegen woonde. Later, toen Edgar Barreto arriveerde, werden we ook erg close. We brachten buiten het veld tijd met elkaar door. Mijn partner sprak Portugees en hij Spaans, dus de communicatie tussen ons verliep heel makkelijk. Over het algemeen waren we een hechte groep. De sfeer in de selectie was goed en we hadden sterke band."
Een onvergetelijke dag
Vraag een voetballer naar zijn hoogtepunt, en er is vaak één moment dat eruit springt. Voor Tumba en de supporters behoeft dat moment weinig uitleg. Onder leiding van trainer Johan Neeskens kende de club in het seizoen 2002/2003 een historisch jaar. "De eerste herinnering die meteen in me opkomt, is de kwalificatie voor de UEFA Cup," kijkt Tumba terug. "We wonnen de uitwedstrijd tegen RKC Waalwijk met 1-0, door een doelpunt van Jarda Šimr. Daarna was er een ongelooflijk feest op het plein in Nijmegen. We stonden op het podium met de fans en het was een onvergetelijke nacht. Het was 20 jaar geleden dat NEC in Europees verband had gespeeld. Ook al werden we in de eerste ronde uitgeschakeld, dat moment zal altijd in mijn hart blijven. Het was echt bijzonder."
De hypocrisie van het voetbal
Toch stopte hij relatief jong met betaald voetbal. "Ik beëindigde mijn profcarrière op 29-jarige leeftijd." Die keuze draaide om principes. Tumba knapte af op de harde voetbalwereld, waarin hij het gevoel kreeg dat spelers te vaak als handelsproducten werden gezien en loyaliteit ver te zoeken was. "Na mijn vertrek bij NEC wilde ik er in eerste instantie mee stoppen. Een Franse club uit de derde divisie vroeg me echter om hen te helpen bij de promotie naar de tweede divisie. Ik sloot me in augustus 2004 bij hen aan, en we slaagden erin om te promoveren. Daarna ben ik nog kort doorgegaan in het amateurvoetbal om mijn ervaring te delen, maar ik had niet meer dezelfde motivatie."
Tumba spreekt eerlijk over die schaduwkant. "Ik besloot te stoppen omdat ik voelde dat voetbal soms een ‘hypocriete god’ kan zijn, als je goed speelt, word je geliefd; als je een slechte wedstrijd speelt, word je bekritiseerd. Dat ging tegen mijn principes in, dat waren niet mijn normen en waarden. Dus koos ik ervoor om te stoppen en mezelf te bezig te houden met het begeleiden en mentoren van jonge spelers." Spijt van zijn beslissing heeft hij echter niet: "Nee, ik heb geen spijt. Ik heb oorspronkelijk niet voor een carrière in het voetbal gekozen. Ik begon pas op 12-jarige leeftijd met spelen toen ik in Frankrijk aankwam en door hard werken ben ik prof geworden. Natuurlijk had ik misschien graag meer prijzen gewonnen, maar ik heb vrede met de reis die ik heb afgelegd. Nederland is het land waar ik het meest als prof heb gespeeld en ik heb daar zoveel geleerd. Ik werd er altijd goed ontvangen. Ik kom nog steeds met veel plezier terug in Nederland. Ik hou van het land, de cultuur en mentaliteit."
Rood, zwart en groen bloed
Zowel binnen als buiten de lijnen was Nijmegen belangrijk voor zijn vorming. "Nijmegen is een warme stad met mensen die echt van het leven genieten," vertelt hij. "Die periode was een keerpunt in mijn leven. Het wonen in Nederland opende mijn geest en hielp me om dingen anders te zien. Het heeft me laten groeien als mens." Dat de waardering wederzijds is, bleek toen hij jaren later terugkwam voor het 125-jarig jubileum van de club en opnieuw luidkeels werd toegezongen. Zelf genoot hij daar net zo goed van: "Ik was erg blij om terug te keren voor de viering van het 125-jarig bestaan. Ik volg de resultaten van NEC nog steeds op de voet."
Zijn gevoel voor de club vat hij treffend samen: "De kleuren rood, zwart en groen zitten in mij: Rood omdat ik het met passie voel, zwart omdat ik er trots op ben wie ik ben, groen omdat ik op het groene veld heb gespeeld." Tot op de dag van vandaag bezoekt hij Gelderland nog regelmatig. "Ik kom nog regelmatig in Nijmegen, soms breng ik zelfs Franse vrienden mee die Nederland willen ontdekken."
Een nieuwe passie en die ene omhaal
De jaren als profvoetballer liggen inmiddels ver achter hem. Tegenwoordig deelt hij zijn kennis met een nieuwe generatie, gedreven door zijn eigen wortels in Congo. "Ik ben nog steeds actief in het voetbal. Ik run een voetbalacademie in Congo waar ik coaches opleid en persoonlijk met jonge spelers werk," vertelt Tumba trots. "Voetbal is mijn leven en ik zal deze omgeving nooit verlaten. Mijn doel is altijd geweest om iets terug te geven aan mijn land en voetbal te gebruiken als een middel voor educatie en begeleiding van jongeren."
Zijn gedachten gaan nog een keer terug naar de tribunes van De Goffert. NEC-fans die er op 6 april 2003 bij waren, zullen die wedstrijd niet snel vergeten. Een uiterst moeizame wedstrijd tegen Excelsior leek af te stevenen op een bloedeloze 0-0, tot invaller Tumba in de slotminuten de bal ontving en met een fenomenale omhaal de 1-0 binnenschoot. Het stadion ontplofte. Tumba koestert die specifieke herinnering enorm: "Ik heb me altijd geliefd gevoeld door de supporters. Ik herinner me vooral een wedstrijd waarin ik scoorde met een omhaal, die connectie met de tribunes was op dat moment heel intens. De supporters van NEC zijn loyaal en gepassioneerd. Ze zijn er op de goede momenten, maar ook op de moeilijke. Ik wens de ploeg een fantastisch seizoen toe en moedig de fans aan om hun club met dezelfde energie en passie te blijven steunen."
Voor de fans
Op de vraag of hij tot slot nog een laatste boodschap heeft voor de mensen in Nijmegen, is zijn antwoord warm en helder: "Blijf dicht bij je club, ongeacht de resultaten. De spelers hebben jullie nodig, vooral in moeilijke tijden. Ik hou van jullie, en ik dank jullie voor de prachtige herinneringen die we samen hebben gecreëerd. NEC zal altijd in mijn hart blijven. GOD BLESS YOU ALL."



