Waarom N.E.C. meer is dan de miljoenen van Marcel Boekhoorn.
Het is het makkelijkste zinnetje van de Eredivisie. Zodra N.E.C. weer eens boven zijn stand presteert, een derde plaats, een bekerfinale, Europees voetbal, klinkt het van de tribunes van de concurrentie: "Ja, logisch, die hebben Boekhoorn." Alsof succes in Nijmegen niets meer is dan het chequeboek van een miljardair. Het is een lekker simpel verhaal. Het is alleen niet waar. Of beter: het is lang niet het hele verhaal. Wie de cijfers naast de mythe legt, ziet iets heel anders, een club die niet is gekocht, maar gebouwd.
Om te beginnen: hij is niet eens de eigenaar
De mythe struikelt al over het eerste woord. Marcel Boekhoorn is formeel geen eigenaar van N.E.C. Hij heeft geen bestuurszetel, geen aandelenmeerderheid met de touwtjes in handen, en hij heeft er herhaaldelijk en publiekelijk voor gekozen de club níét te kopen. Een voetbalclub, vindt de Nijmeegse miljardair, moet van de gemeenschap blijven. Hij is geldschieter, weldoener, suikeroom, kies je woord, maar geen baas.
En wie de club decennia geleden werkelijk van de ondergang redde, was niet Boekhoorn maar Frans Hendriks, die in de jaren negentig geld in N.E.C. stopte om het voortbestaan te garanderen. Boekhoorn kwam later. Dat hij de club een financieel vangnet gaf, is onmiskenbaar en verdient krediet, naar verluidt in totaal zo'n 40 tot 50 miljoen euro door de jaren heen, grotendeels als schenking. Maar een vangnet is iets anders dan een startmotor. De vraag is niet óf Boekhoorn hielp. De vraag is of zijn geld het succes verklaart. En daar begint het te wringen.
Het budget dat de mythe onderuithaalt
Als N.E.C. puur op geld zou draaien, zou je dat terugzien in de begroting. Doe je niet. Het spelersbudget bedraagt zo’n 24 miljoen euro, goed voor de zevende of achtste plaats in de Eredivisie. Dat is middenmoot. Zet dat eens naast de top:
Spelersbudget in de Eredivisie (schatting):
- Ajax: ± €170 miljoen, ruim 7× N.E.C.
- PSV: ± €140 miljoen, bijna 6× N.E.C.
- Feyenoord: ± €130 miljoen, ruim 5× N.E.C.
- N.E.C.: ± €24 miljoen (7e/8e plaats), de referentie.
Met andere woorden: als voetbal een kwestie was van wie de dikste portemonnee heeft, zou N.E.C. structureel achtste moeten worden, niet derde. De club presteert stelselmatig ver boven zijn financiële gewicht. En dat is precies het tegenovergestelde van "ze kopen het gewoon". Je koopt geen derde plaats met het zevende budget. Die moet je verdienen, met beleid.
Het verdienmodel: kopen om te verkopen
Waar N.E.C. wél in uitblinkt, is de transfermarkt. Niet als koper die met geld smijt, maar als handelaar die goedkoop koopt, talent groot maakt en met dikke winst verkoopt. De aankopen zijn bescheiden; de verkopen van een heel andere orde. In één jaar werd het clubrecord drie keer verbroken, het vorige record stond op vijf miljoen.
Kopen om te verkopen, de recente slag op de transfermarkt:
- Kodai Sano: ± €0,5 mln (Japan) → €14,5 mln (PSV), bijna 30× rendement.
- Başar Önal: ± €1 mln (De Graafschap) → €12,5 mln (Lille), ruim 12×.
- Robin Roefs: eigen jeugd → ± €10,5 mln (Sunderland).
- Kento Shiogai: transfervrij → ± €10 mln (Wolfsburg), oneindig rendement.
- Sontje Hansen: transfervrij (Ajax) → €3,5 mln (Middlesbrough).
- Calvin Verdonk: transfervrij → €3 mln (Lille).
Het resultaat is een structureel positief transfersaldo. Voor 2026/27 alleen al staat er een netto-overschot van ruim 26 miljoen euro; over de laatste twee jaar bracht het scoutingwerk onder technisch directeur Carlos Aalbers zo'n 26,5 miljoen aan transferwinst op. Dat geld komt niet uit Boekhoorns portemonnee. Het komt uit slim gescout, slim ontwikkeld, slim verkocht. Uit beleid.
Steeds losser van de suikeroom
Het mooiste bewijs is dat N.E.C. zich bewust en aantoonbaar aan de eigenaar aan het ontworstelen is. De cijfers wijzen allemaal dezelfde kant op:
Steeds zelfstandiger, de cijfers wijzen dezelfde kant op:
- Netto-omzet: van ± €8 mln (vijf jaar geleden) naar ± €28 mln.
- Eigen vermogen: van −€1,8 mln (juni 2024) naar +€3 mln (juni 2025).
- Garantstelling Boekhoorn: van hoger naar dalend (± €6 mln, aflopend).
- Resultaat: van verlies naar koers op zwarte cijfers.
N.E.C. kocht bovendien het Goffertstadion aan en nam de horeca en merchandise in eigen beheer: structurele eigen inkomsten, los van welke suikeroom dan ook. Dat is geen toeval, maar het uitgesproken doel. Directeur Wilco van Schaik heeft de ambitie herhaald dat de club binnen een jaar of tien na de promotie van 2021 op eigen benen moet staan. Boekhoorns eigen wens is niet om N.E.C. eeuwig te blijven sponsoren, maar om de club zelfvoorzienend te maken. Een suikeroom die zichzelf overbodig wil maken, dat is het tegenbeeld van afhankelijkheid.
Geld koopt geen beleid
En dan het laatste, misschien wel belangrijkste punt. Zelfs Boekhoorns geld verklaart de voetbalkeuzes niet, want Boekhoorn máákt die keuzes niet. Hij bemoeit zich niet met het sportieve beleid; dat ligt bij Van Schaik en Aalbers. Hij praat na een training met de trainer, stelt vragen, luistert en laat de voetbalzaken aan de voetbalmensen. De speelstijl van Dick Schreuder, het scoutingnetwerk van Aalbers, het lef om transfervrije routiniers te combineren met peperduur verkochte talenten: dat zijn beslissingen, geen bankafschriften.
Kijk maar naar de rest van het voetbal. De geschiedenis ligt bezaaid met clubs met rijke eigenaren die niets wonnen, en met projecten waar honderden miljoenen in verdwenen zonder resultaat. Geld is een voorwaarde, geen garantie. Het verschil zit in wat je ermee doet.
Conclusie
Zonder Boekhoorns vangnet had N.E.C. deze sprong waarschijnlijk niet kunnen wagen. Zijn steun gaf de club de rust en de ruimte om te bouwen, en dat verdient respect. Maar de mythe dat N.E.C. "alleen maar goed is dankzij Boekhoorn" houdt geen stand tegen de feiten. De club presteert met het zevende budget als een subtopper, verdient zijn eigen miljoenen op de transfermarkt, maakt zich structureel losser van zijn geldschieter en laat de voetbalbeslissingen over aan mensen die er verstand van hebben.
N.E.C. is niet gekocht. N.E.C. is gebouwd, steen voor steen, transfer voor transfer, beslissing voor beslissing. En het mooiste is: het staat inmiddels grotendeels op eigen benen.



