Twee seizoensstarts naast elkaar: is de stemming rond N.E.C. terecht?

Twee seizoensstarts naast elkaar: is de stemming rond N.E.C. terecht?

Acht punten uit zeven wedstrijden. Vorig jaar stond N.E.C. op hetzelfde moment op twaalf. Na de 3-0 bij Cambuur, de 5-0 in Turijn en een 1-1 tegen Go Ahead Eagles is de stemming rond De Goffert omgeslagen. Het beeld is dat van een ploeg die het kwijt is.

Goffertpraat legde de eerste zeven speelronden van 2025/26 en 2026/27 naast elkaar, met de wedstrijddata van Opta zoals FotMob die per duel publiceert. De uitkomst is genuanceerder dan de stemming suggereert, maar ook minder geruststellend dan het lijstje uitslagen doet vermoeden.

De kale cijfers

Speelronde 1 t/m 7

2025/26

2026/27

Punten

12

8

Winst / gelijk / verlies

4 / 0 / 3

2 / 2 / 3

Doelpunten voor

21

12

Doelpunten tegen

13

13

Gemiddeld balbezit

60%

61%

Schoten per duel

16,7

15,1

Schoten op doel (totaal)

53

29

Balcontacten in de zestien van de tegenstander, per duel

33

40

Expected goals voor

16,4

12,1

Expected goals tegen

9,6

14,7

Grote kansen voor

32

16

Grote kansen tegen

20

30

Expected goals (xG) drukt uit hoeveel doelpunten de kansen van een ploeg gemiddeld opleveren, op basis van plek, lichaamsdeel en spelsituatie. Een grote kans is in de Opta-definitie een situatie waarin een speler redelijkerwijs mag scoren.

Wat hetzelfde is gebleven

Het eerste wat opvalt: de speelwijze van Dick Schreuder staat nog overeind. N.E.C. heeft net zo veel de bal als vorig jaar, rond de zestig procent. De ploeg schiet bijna even vaak en komt zelfs vaker in de zestien van de tegenstander: veertig balcontacten per duel tegen drieëndertig vorig seizoen.

Tegen Telstar in de openingswedstrijd had N.E.C. 71 procent balbezit en 27 schoten, tegen Excelsior 69 procent. Het beeld van een ploeg die niet meer weet wat ze wil, klopt dus niet. N.E.C. domineert nog steeds het terrein.

Ook de achterkant van de uitslagen is gelijk: dertien tegengoals, net als vorig jaar.

Waar het wél misgaat

Het verschil zit in wat al dat balbezit oplevert, aan beide kanten van het veld.

Voorin halveerde het aantal grote kansen, van 32 naar 16. N.E.C. schoot vorig jaar in zeven duels 53 keer op doel, nu 29 keer. De ploeg komt in de zestien, maar niet meer in de positie om te scoren. De expected goals zakten van 16,4 naar 12,1.

Achterin is de omslag nog groter. Tegenstanders kregen vorig jaar samen 20 grote kansen, nu 30. De expected goals tegen stegen van 9,6 naar 14,7, gemiddeld ruim twee per wedstrijd. Cambuur (3,49) en Go Ahead Eagles (2,86) haalden de hoogste expected goals van alle veertien tegenstanders in deze vergelijking.

Dat laatste is een ongemakkelijke vaststelling bij de 1-1 tegen Go Ahead Eagles. Het wedstrijdbeeld na afloop was dat van een N.E.C. dat de betere ploeg was. De Opta-data vertellen iets anders: de Deventenaren hadden meer balbezit (54 procent), zes grote kansen tegen één voor N.E.C., en een xG van 2,86 tegen 1,12. Het punt was eerder winst dan verlies.

De eerste nuance: vorig jaar zat het mee, nu zit het niet tegen

Wie de doelpunten naast de expected goals legt, ziet waarom de vergelijking scheef oogt. Vorig jaar scoorde N.E.C. 21 keer uit kansen die goed waren voor 16,4 goals: bijna vijf doelpunten meer dan verwacht. Dit seizoen scoorde de ploeg 12 keer uit 12,1. Precies wat de kansen waard waren.

Aan de achterkant is het omgekeerd. Vorig jaar kreeg N.E.C. 13 tegengoals uit 9,6 expected goals tegen: pech. Dit jaar kreeg de ploeg er 13 uit 14,7: eerder geluk. Tegenstanders misten samen twintig grote kansen, vorig jaar waren dat er elf.

Dat maakt twee dingen duidelijk. De start van vorig seizoen was sterker dan de uitslagen lieten zien, maar voorin ook geholpen door scherpe afwerking. En de gelijke tegengoals van dit jaar flatteren de verdediging: de onderliggende cijfers zijn ruim vijftig procent slechter.

Punten op basis van kansen zijn geen punten op de ranglijst. Maar wie de acht punten van nu tegen de xG legt, ziet geen ploeg die structureel door pech punten laat liggen. Het is eerder een ploeg die krijgt wat ze verdient. De opening tegen Telstar (1-2, bij 2,15 tegen 1,66 xG voor N.E.C.) was pech. De 1-3 bij PEC Zwolle, waar de thuisploeg met 2,03 tegen 1,94 xG iets meer kansen had, viel juist de goede kant op.

De tweede nuance: het programma verklaart het niet

Een voor de hand liggende verklaring zou een zwaarder schema zijn. Dat houdt geen stand. Vorig seizoen speelde N.E.C. in de eerste zeven ronden tegen PSV en AZ. Dit jaar was Feyenoord de enige topclub, naast de promovendi Willem II en Cambuur en een Telstar dat vorig seizoen al meedeed. Op papier was dit het lichtere begin.

De derde nuance: de belasting wel

Wat wel anders is, is alles rond die zeven wedstrijden. In dezelfde periode speelde N.E.C. vier Europese duels: de thuiswedstrijd tegen Olympiacos, twee keer Bodø/Glimt en de avond in Turijn. De thuiswedstrijd tegen Excelsior verhuisde naar dinsdag 8 september, drie dagen na Feyenoord. Schreuder stuurde er acht nieuwe namen het veld op in.

Daarbovenop kwam de blessuregolf in de verdediging, en bij Cambuur viel ook doelman Gonzalo Crettaz uit. Zijn vervanger Nikolas Polster ging binnen een week drie keer kostbaar in de fout.

Die belasting is terug te zien in de data. Over de eerste vijf speelronden gaf N.E.C. gemiddeld 1,7 expected goals per duel weg. Dat is al meer dan vorig jaar (1,4), maar geen crisis. In de laatste twee duels, direct rond Juventus, schoot dat omhoog naar 3,2.

Ook vorig jaar kwam er een dip

Voor wie het vergeten is: ook de start van vorig seizoen kende een zwarte reeks. In de ronden vier tot en met zes verloor N.E.C. drie keer op rij, van Fortuna Sittard, PSV en Heerenveen. Tegen PSV en Heerenveen gaf de ploeg toen óók meer dan twee expected goals weg. Die reeks werd destijds afgesloten met een 2-1 tegen AZ.

Terecht of niet?

De negatieve stemming is deels terecht, maar om de verkeerde reden. Het gaat niet om het aantal punten: acht punten past bij een ploeg die per saldo minder kansen creëert dan ze weggeeft. Het gaat ook niet om de speelstijl, want die staat nog. Het gaat om wat die speelstijl nu weggeeft. Een ploeg met zestig procent balbezit die per wedstrijd meer grote kansen toestaat dan ze zelf creëert, heeft een probleem dat groter is dan een slechte avond in Leeuwarden.

De nuance is dat dit probleem valt in een periode met vier Europese avonden, een halve defensie in de ziekenboeg en een tweede keeper tussen de palen. Of het een fase is of een patroon, moet blijken na de interlandperiode. Ajax uit op 10 oktober is geen wedstrijd om dat rustig te testen. Wel de eerste waarin de verdediging weer kan laten zien wat de cijfers van vorig jaar beloofden.

Deel dit artikel