In gesprek met: Frans Paymans

In gesprek met: Frans Paymans

Als er één speler is die symbool staat voor pure strijdlust in het shirt van NEC, dan is het Frans Paymans. Jarenlang was hij de schrik van menig Eredivisie-spits, een spijkerharde verdediger die geen duel uit de weg ging en zich ontpopte tot een absolute cultheld in Nijmegen. Maar achter die grimmige blik op het veld ging een onzekerheid schuil, en na zijn carrière voerde hij de zwaarste en meest oneerlijke strijd van zijn leven. Wij spraken het clubicoon over gouden tijden in een modderige Goffert, een reddende engel uit de Verenigde Staten en zijn missie van nu.

De geboorte van een vechter

Veel supporters herinneren zich Paymans als de man van staal, de verdediger voor wie opgeven geen optie was. Toch was dat niet hoe hij destijds in Nijmegen binnenkwam. Als we hem vragen naar de oorsprong van die tomeloze mentaliteit, neemt hij ons mee terug naar de overstap van TOP Oss naar NEC en de desastreuze invloed die trainer Pim van der Meent op zijn zelfvertrouwen had.

"Een van de kwaliteiten van mij als speler was deze onverzettelijke vechtersmentaliteit, waarbij opgeven geen optie is. Toen ik de overstap maakte van TOP Oss naar NEC, was ik een verdediger met enorm veel zelfvertrouwen. Mijn spel bestond niet alleen uit het uitschakelen van mijn tegenstander, maar daarnaast uit het starten van de opbouw van achteruit. Ik was altijd aanspeelbaar en schoof als centrale verdediger in naar het middenveld of de aanval. Daarna natuurlijk direct terug naar mijn eigen plek in de verdediging, want dat was de belangrijkste taak die ik wilde vervullen.

Door de andere aanpak van Pim van der Meent ben ik bij NEC veranderd van die zelfverzekerde speler naar een bange speler die zonder enig zelfvertrouwen speelde. De oorzaak daarvoor lag in de nare aanpak van de trainer, die bij mij elke zekerheid teniet heeft gedaan door zijn opmerkingen. We hadden destijds nog geen mentale coach of iets dergelijks en daardoor worstelde ik met die toenemende onzekerheid, zonder hulp te vragen, zoeken of willen. Hierdoor heb ik me in de tijd onder Van der Meent zoveel mogelijk beperkt tot hetgeen hij niet van me af heeft kunnen nemen, namelijk het winnen van duels, zowel door de lucht als over de grond. Zo heb ik me een speelstijl eigen gemaakt waarbij het winnen van duels en onverzettelijkheid mijn wapens waren, moet ik nu achteraf helaas toegeven. De vraag blijft: hoe zou het zijn gegaan als ik bij NEC een trainer als Ed Mellaard zou hebben gehad? Een trainer die wél naar de mens kijkt en spelers beter kon maken. Van dat alles had Van der Meent heel weinig tot niets."

Die moeizame start liet gelukkig geen blijvende schade achter in zijn relatie met het Nijmeegse publiek. De angst om de bal te krijgen verdween en maakte uiteindelijk plaats voor een gedeelde visie met de supporters. Sterker nog, hij groeide uit tot de absolute verpersoonlijking van het clublied.

"Vanaf de eerste dag heb ik altijd de steun van de supporters gevoeld, hoewel de periode onder Van der Meent ook daar bijna verandering in heeft gebracht. Door het wegvallen van mijn zelfvertrouwen en het feit dat ik me in mijn spel ben gaan beperken tot duels winnen, was het soms zo dat ik echt angst voelde als mij de bal werd toegespeeld. Dan voelde ik de reactie vanaf de tribune letterlijk in mijn lijf: als dat maar goed gaat? Maar uiteindelijk was zeker de periode ná Van der Meent de tijd waarin de supporters en ik dezelfde gedachte hadden over ons NEC: 'weer trekken wij ten strijde, voor rood, groen en zwart'. Hierbij staan 'ten strijde' en 'trekken wij' centraal, en dat was precies wat ik in mijn spel tot mijn kwaliteit heb gemaakt. In die jaren heb ik altijd de grote, onvoorwaardelijke steun gevoeld van onze supporters. Hierdoor kon ik niet meer kapot en vond ik mijn rol binnen de club op dat moment prima, hoewel ik heel graag had willen spelen zoals ik dat bij TOP Oss kon doen."

Modderslidings en legendarische veldslagen

De jaren '80 en '90 in De Goffert leverden legendarische momenten op. Wie over die rauwe jaren begint, hoort in het stemgeluid van Paymans direct de passie terug. Hij vocht heroïsche duels uit tegen grootheden en genoot met volle teugen van de ouderwetse, Spartaanse omstandigheden.

"Er zijn meerdere momenten die voor mij een hoogtepunt waren. Als we spreken over alle wedstrijden, uit en thuis, dan zijn de duels tegen Johan Cruijff bij Feyenoord en tegen Romario bij PSV voor mijzelf echte topmomenten. Een zeer opvallende wedstrijd en een enorme ervaring was een uitwedstrijd tegen ADO Den Haag, waarbij het veld compleet blank stond van het water. We moesten gewoon spelen, ondanks de zeer slechte omstandigheden. Het mooie was dat we tientallen slidings konden maken van wel vier à vijf meter lang. Iets wat voor een echte verdediger zoals ik ontzettend mooi was.

Maar de thuiswedstrijden tijdens de vele nacompetities zijn voor mij de echte hoogtepunten bij ons in De Goffert, met als ultieme uitschieter de promotiewedstrijd tegen Excelsior in 1989, waardoor wij promoveerden naar de Eredivisie. Ook de wedstrijd tegen Ajax in een overvol Goffertstadion, waardoor we directe degradatie ontliepen, vergeet ik niet. Voor mijzelf heb ik in meerdere wedstrijden eigen succesjes gevierd door het winnen van alle duels tegen mijn directe tegenstanders, zoals Jeroen Boere van De Graafschap en József Kiprich van Feyenoord. En nog veel, veel, veel meer!"

Als we hem vragen om één specifiek moment te kiezen dat hij uit zijn hele carrière nog een keer zou willen herbeleven, precies zoals het was, komt het antwoord zonder enige aarzeling. "Absoluut een wedstrijd uit de nacompetities, en dan met name die beslissende wedstrijd tegen Excelsior in 1989. De spanning, de winst, de onderbrekingen vanwege onze supporters op het veld en het geweldige feest aansluitend. Eenmalig!"

Toch waren er ook spelers en momenten die hem wél tot waanzin dreven. Bepaalde types aanvallers en een pijnlijk gebrek aan tactische rugdekking staan hem nog altijd helder voor de geest.

"Dit is een vervelende vraag. Wat voor mij geen ideale tegenstanders waren, zijn kleine, beweeglijke en snelle buitenspelers. Ik ben van origine een centrale verdediger, maar bij gebrek aan linkerverdedigers mocht ik veelal die positie invullen. Over het geheel genomen is dat goed gegaan en heb ik, mede door mijn sliding, nog heel veel buitenspelers kunnen afstoppen. Er is echter één wedstrijd die ik snel weer wil vergeten. In dat duel werd ik meerdere malen uitgespeeld door de tegenstanders, die van de ruimte in mijn rug gebruik konden maken. Mijn tegenstander was Rick Hilgers en mijn opdracht was om hem in iedere situatie kort te dekken. Doordat er geen rugdekking was afgesproken, werd ik door de tegenstander middels mooie combinaties uitgespeeld en kon onder andere mijn directe tegenstander de ruimte induiken die achter mij lag. Deze wedstrijd verloren we dan ook. Kortom: een tactische fout waar de tegenstander goed gebruik van maakte. Voor mij was het een verschrikkelijke wedstrijd."

Dat voetbal anno nu in de verste verte niet meer lijkt op de moddergevechten van weleer, snapt de verdediger ook. Zijn ouderwetse 'slagerswerk' zou tegenwoordig vermoedelijk direct onder een vergrootglas liggen. Toch is hij opvallend positief over de VAR, al ergert hij zich kapot aan het theater op de moderne Nederlandse velden.

"De invoering van de VAR is een goede zaak, maar dan moet je het wel zo hanteren als in het hockey. Het is nu weer zo'n tool geworden om in vergelijkbare situaties toch telkens anders te beslissen, en het neemt de autoriteit van de scheidsrechter af. Vroeger was de scheidsrechter echt de baas, samen met zijn assistenten. Maar de VAR op zich is, net als doellijntechnologie, een prima mogelijkheid om de scheidsrechter te ondersteunen. Het spel is zoveel sneller geworden. Daarbij proberen spelers steeds vaker een 'fake situatie' voor te doen. Ze doen vaak alsof ze nooit meer kunnen lopen, maar rennen direct weer achter de bal aan als er gefloten is. Dat mag je van mij nog steeds met rood straffen."

Bizarre avonturen en een eenzaam bestaan

Een speler die op het veld voorop in de strijd gaat, is niet per definitie de luidruchtigste jongen in de kleedkamer. Integendeel. De nasleep van de periode onder Van der Meent en een propvolle agenda daarbuiten zorgden ervoor dat hij vaak op zichzelf was, al ontstonden er wel blindelingse connecties met een paar echte clubiconen.

"Het is altijd enorm moeilijk om enkele namen speciaal naar voren te halen. Over het geheel genomen heb ik met bijna alle medespelers goed contact gehad. Ik was in mijn periode als speler veel op mezelf en had, naast de tijd bij NEC, met geen enkele speler een speciale band. In de eerste jaren kwam dat door het in mijn schulp kruipen onder trainer Van der Meent. Daardoor had ik geen ruimte om met andere spelers om te gaan: ik trok me helaas echt terug in die tijd. In de jaren daarna had ik het gewoon heel erg druk. Ik had een café naast mijn voetbalbestaan, waardoor ik na de training altijd direct weg was en geen tijd had voor sociale contacten met medespelers. Aansluitend kwam de periode dat ik als logistiek manager meer dan 40 uur moest werken naast het voetbal. Ook toen bleef er geen tijd over.

Maar vanaf de eerste dag heb ik me wel altijd prettig gevoeld bij mijn teamgenoten Frans Janssen en Ron de Groot. Met hen heb ik ook bijna al die jaren samengespeeld. We hadden niet veel woorden nodig, we steunden elkaar en hadden elkaar nodig tijdens wedstrijden en trainingen om er het maximale uit te halen. Naast deze twee toppers heb ik een fijne tijd gehad met Evert Radstaat en Eric van Rossum. Maar ook hierbij bleven de contacten beperkt tot 'bij NEC'. Al met al heb ik met alle medespelers een fijn contact gehad, tenminste, zo heb ik dat ervaren. Ik hoop zij ook!"

Naast zijn leven op en rondom De Goffert, bevat zijn verleden ook een ronduit bizar, bijna filmisch avontuur. Wat begon als een romantisch tripje naar de voormalige DDR, eindigde in een grimmig conflict met de autoriteiten aldaar en een persoonlijke voetbalrevanche bij terugkomst.

"Dat verhaal klopt zeker. Kort voordat ik naar NEC kwam, had ik een meisje leren kennen in de DDR. Ik moest daar vanuit mijn opleiding tot leraar Duits naartoe voor een excursie om zowel de BRD als de DDR te leren kennen. Eind augustus was zij jarig en ik mocht van de trainer enkele dagen naar haar toe om die verjaardag te vieren en om te herstellen van een blessure en open blaren op mijn voeten. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb een visum aangevraagd om de DDR in te komen en dat lukte. Maar toen kwam het moment dat ik terug naar Nederland wilde. Ik moest opnieuw een visum aanvragen voor de uitreis, maar dat werd onmogelijk gemaakt. Van alle kanten werd ik tegengewerkt door de politie, waar ik de aanvraag moest doen. Ik mocht niet meer terugreizen en zat daardoor een lange tijd in de DDR 'vast'.

Na vele pogingen werd mijn visum uiteindelijk wel toegekend en kon ik terug naar Nederland. Ik kon direct weer aansluiten bij de selectie en in de eerste wedstrijd na de winterstop mocht ik starten als vervanger van een geblesseerde medespeler die tijdens de warming-up uitviel. Pikant detail was dat we thuis tegen Vitesse speelden. Mijn allereerste competitiewedstrijd voor NEC was destijds óók tegen Vitesse. Die uitwedstrijd eindigde voor mij in een deceptie: ik werd na 25 minuten gewisseld omdat mijn tegenstander, Remco Boere (die later nog topscorer werd van de Eerste Divisie), scoorde. Nu was het anders: wij wonnen met 2-0 en daarmee had ik een persoonlijke revanche voor die allereerste wedstrijd in het betaald voetbal tegen Boere."

De zwaarste strijd en het gigantische spandoek

Zijn profcarrière eindigde noodgedwongen en veel te vroeg op 33-jarige leeftijd in 1994. Jarenlang was het stil rondom Paymans, totdat de voetbalwereld op een bijzonder aangrijpende manier weer in zijn leven kwam. Eind 2010 kreeg hij de vreselijke diagnose kanker. Toen hij ruim een jaar later zwaar getekend in het ziekenhuis lag, lieten de supporters van NEC massaal van zich horen. Het was een sfeeractie die hem diep raakte.

"Eind 2010 heb ik mijn huidige vrouw leren kennen. Tijdens een voetbaltoernooi in Dortmund bij de Roemeense oud-voetbaltopper Marcel Răducanu was zij ook mee. Tijdens het douchen liet ik haar een grote bult zien op mijn bovenbeen. Dat bleek achteraf kanker te zijn. We gingen naar het Radboudumc, waar ik door een fantastisch team van verpleegkundigen en artsen werd behandeld met chemokuren. Uiteindelijk werden er uit mijn eigen bloed stamcellen geoogst, die op 24 januari 2012 werden teruggeplaatst in mijn lijf. In de dagen daarna werd ik steeds zieker door alle behandelingen. In dat weekend van februari, toen NEC thuis tegen Feyenoord speelde, was ik echt dóódziek.

Mijn broers en zus namen contact op en vertelden dat er iets geweldigs was gebeurd bij die wedstrijd. Er was een immens groot spandoek gemaakt door de supporters van Legio Noviomagum, dat van het dak van de tribune tot in de gracht hing, en dat speciaal voor mij bedoeld was. Voor mij? Voor míj? Ik was in 1994 al gestopt bij NEC. Sterker nog, ik moést helaas van NEC stoppen op mijn 33ste, hoewel ik toen nog topfit was. En dan nu zo'n spandoek met de tekst: 'Frans keep fighting'. Dat was geweldig. Het was een enorme steun om de pijn te dragen en door te gaan voor genezing. En dat is gelukt, mede dankzij deze geweldige actie van de supporters. In één woord gigantisch. Ik huilde nooit, of in ieder geval niet veel, maar op dat moment wel. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik eraan denk. Nogmaals dank aan die grote kanjers!"

Wat volgde was een strijd op leven en dood. Wie dacht dat de verdediger zijn lot lijdzaam zou afwachten in een ziekenhuisbed, had het mis. De Spartaanse onverzettelijkheid uit zijn NEC-tijd bleek zijn allergrootste wapen tijdens het gevecht voor zijn eigen genezing.

"Ik heb het in de sport, maar ook in het gewone leven, altijd moeten hebben van mijn onverzettelijkheid, en nu dus weer. Ik had destijds een hometrainer aangevraagd voor op mijn kamer en ging elke dag minimaal drie keer een kwartier fietsen. Hoe ziek of zwak ik ook was. Dat heeft me geholpen. Het zorgde er, samen met sudoku's oplossen, douchen, aankleden, de onderzoeken en de bezoeken van mijn vrouw, voor dat ik een mooi programma had om me aan vast te houden. Dat heeft absoluut bijgedragen aan mijn herstel."

De reddende engel uit Amerika en een onmenselijk afscheid

In eerste instantie leek hij het gevecht te hebben gewonnen, maar eind juni 2016 sloeg het noodlot opnieuw, en nog genadelozer, toe. Zijn overlevingskansen lagen plotseling in de handen van een onbekende vrouw aan de andere kant van de oceaan. Het bijzondere werk van Stichting Matchis werd zijn redding.

"De behandelingen en het terugplaatsen van mijn eigen stamcellen hadden in eerste instantie prima gewerkt; ik was behandeld en genezen. Tot begin 2016. Mijn vrouw en ik zaten op 24 juni weer bij dr. Bär, mijn behandelend arts, naar aanleiding van onderzoeken na het ontdekken van een nieuwe bult in mijn nek. 'We zijn weer terug bij af,' zei ze, 'we moeten zo snel mogelijk weer met behandelingen starten.' In juli 2016 begonnen de chemokuren opnieuw, maar dit traject was nog zwaarder dan het eerste. Dr. Bär had me daarvoor gewaarschuwd en ze kreeg gelijk.

De complicatie van dit nieuwe traject was dat er stamcellen nodig waren van een donor, en dat is niet zo gemakkelijk: vind maar eens een donor met exact hetzelfde DNA als ik. Stichting Matchis werd direct ingeschakeld om in de wereldwijde database de best passende donor te vinden. Op 10 oktober vloog een stamcelconsulent naar Amerika om de stamcellen van een 21-jarige Amerikaanse vrouw op te halen. Een dag later was ze terug om die stamcellen aan de artsen te overhandigen, want ze moesten direct via een infuus bij mij worden ingebracht. Een bijkomend voordeel was dat deze vrouw dezelfde bloedgroep had. Binnen een uur zaten haar stamcellen in mijn lijf.

Dat was enorm geweldig. Het is extra mooi dat iemand ver weg, zonder er iets voor terug te willen, haar stamcellen af wil staan aan een volslagen vreemde. Nogmaals hartelijk dank aan haar. Het is ontzettend jammer dat de Nederlandse wet het blokkeert om in contact te komen met mijn onbekende donor. Ik zou haar zo graag even omhelzen en bedanken voor wat zij voor mij gedaan heeft, maar dat mag helaas niet.

"In 2016 ontving ik de stamcellen en was ik genezen van de kanker, maar in 2017 werd ik nóg zieker dan ik ooit was geweest door GVHD, de Graft-versus-host disease. Dat betekent dat je lichaam de stamcellen niet accepteert, of andersom, en dat levert een gevecht op in je lijf. Dit was zo'n enorme aanslag. Ik verloor de controle over mijn lichaam, kon bijvoorbeeld de stoelgang niet meer regelen. Dat heeft ruim een half jaar geduurd. De artsen hadden tussentijds de hoop al opgegeven, voordat ik eindelijk opkrabbelde en weer beter werd. Het herstel vorderde en in 2018 voelde ik me voor het eerst weer goed.

Ondanks de succesvolle donatie was het leed nog verre van geleden. Er volgde een donkere periode vol heftige medische complicaties, die tot overmaat van ramp samenviel met een keihard en onmenselijk afscheid bij zijn toenmalige werkgever. De woede over dat proces werd uiteindelijk de vonk die hem ertoe aanzette om zijn levensverhaal op te schrijven.

In de tussentijd had ik, liggend op mijn ziektebed in het Radboudumc, een vaststellingsovereenkomst moeten ondertekenen met mijn oud-werkgever Kristallis, door de inmenging van Pluryn. Dit was een onmenselijke situatie en ik neem het de leidinggevenden van destijds enorm kwalijk dat ze me dit op zo'n moment hebben aangedaan. Je vraagt je dan werkelijk af hoe deze mensen zo kunnen zijn. Dat alles was de aanleiding voor ons besluit om het boek uit te brengen, zeker nadat ik in 2019 ook nog eens was opgenomen op Dekkerswald met longcomplicaties door de eerdere behandelingen. Boven op een berg in Noorwegen hebben we toen besloten om dit verhaal op te schrijven. We hebben daar ook de afspraak gemaakt om ons, zolang we kunnen, in te zetten voor Matchis, want we wensen iedereen dezelfde kans en hetzelfde geluk toe als wij hebben gehad."

De kracht van liefde en een nuchtere blik

Wie zo'n gigantische strijd doormaakt en overwint, krijgt onvermijdelijk een andere kijk op de wereld. De Frans Paymans van nu is een dankbaar en gelukkig mens, maar blijft er tegelijkertijd broodnuchter onder. De realiteit van het dagelijks leven loopt immers gewoon door.

"De blik op de wereld verandert zeker, maar het leven verandert niet. De schoorsteen moet blijven roken en er moet brood op de plank. De rekeningen voor de huur, gas en stroom gaan gewoon door. Zoals jullie allen weten, speelde ik bij NEC in een tijd waarin spelers zoals ik nog geen goede contracten hadden. Pas nadat ik in 1994 moest stoppen, is daar verandering in gekomen. Ik heb dus altijd gewoon moeten werken om alles thuis draaiende te houden. Maar van werken word je niet slechter, zowel in het veld als daarbuiten. Dat ik nu geniet is absoluut waar. Met name van mijn vrouw, de kinderen, de kleinkinderen, mijn broers en zussen. Maar ik geniet ook van voetbal kijken, sporten, sudoku's oplossen en mijn netwerk uitbreiden binnen de voetballerij. Iets wat ik nooit heb gekoesterd, maar waar ik nu veel tijd in steek."

Zijn persoonlijke missie voor de toekomst is helder: hij stopt ontzettend veel energie in Stichting Matchis om anderen de levensreddende hulp te bieden die hij zelf mocht ontvangen. "Ik heb het eerder al aangegeven, maar we doen dit voornamelijk omdat wíj het geluk hebben gehad met de perfecte donor, en dat wensen wij alle andere mensen die stamcellen nodig hebben ook toe. Matchis verricht op dat gebied gewoon enorm goed werk!"

Als de lezers van zijn boek, Het is een wedstrijd, de laatste pagina dichtslaan, hoopt hij dat ze de kracht hebben gevonden om nooit op te geven. Zijn eindconclusie is dan ook net zo strijdbaar als zijn gloriejaren in De Goffert:

"De boodschap die wij willen overbrengen is: waar een wil is, is een weg, maar je hebt er wel enorm veel geluk bij nodig. De kracht van liefde is immens groot. Daarbij helpt het om positief te blijven, al is dat niet in alle situaties even gemakkelijk. Wat in ieder geval helpt is doorzetten, doorgaan en nooit opgeven. En tot slot wens ik iedereen een spandoek toe, zoals onze supporters dat in 2012 voor mij hebben gemaakt!"

Deel dit artikel