In gesprek met: Marcel Appiah

In gesprek met: Marcel Appiah

Terwijl N.E.C. zich stevig heeft gemanifesteerd in de vaderlandse subtop, blijft de clubhistorie de basis van het huidige succes. Sommige spelers groeien in korte tijd uit tot iconen van de clubcultuur, niet alleen door hun prestaties op het veld, maar vooral door hun onvoorwaardelijke inzet en persoonlijkheid. Marcel Appiah is zo’n speler. De Duitse verdediger kwam in 2014 naar Nijmegen, beleefde het historische recordseizoen met 101 punten in de Jupiler League en bleef ook in de Eredivisie een publieksfavoriet. Ruim twee seizoenen na het beëindigen van zijn actieve loopbaan blikt Appiah uitgebreid terug op zijn Nijmeegse jaren.

De overstap naar Nijmegen

Toen de verdediger in de zomer van 2014 neerstreek in De Goffert, kwam hij uit een roerige periode. Na zes seizoenen bij Arminia Bielefeld was hij met die club gedegradeerd uit de 2. Bundesliga. Door de hectiek rondom de degradatie was er in Duitsland geen sprake geweest van een fatsoenlijk afscheid. De overstap naar het net gedegradeerde N.E.C. bleek echter een schot in de roos. Voor een buitenlandse speler was het inschatten van het niveau van de Jupiler League aanvankelijk lastig, maar binnen de spelersgroep werd de kwaliteit al snel duidelijk. "Voor buitenlanders was het misschien iets moeilijker omdat ik toen niet echt wist hoe sterk de competitie was, maar het duurde misschien maar twee weken om te weten dat er gewoon uitblinkers binnen de selectie zaten en dat wij op elke positie sterk bezet waren."

Vanaf zijn komst werd de verdediger direct in de armen gesloten door het publiek en werd zijn naam veelvuldig gezongen op de tribunes. De klik tussen hem en de achterban was vanaf dag één voelbaar, iets waar hij nog altijd met veel waardering op terugkijkt. "Allereerst moet ik de N.E.C.-supporters heel erg bedanken. Toen ik naar Nijmegen kwam, was ik net uit de 2. Bundesliga gedegradeerd met een club waar ik zes jaar had gespeeld. Vanwege de algemene situatie met de degradatie was er destijds geen fatsoenlijk afscheid. De manier van spelen in Duitsland was ook verschillend. Hoewel ik in Duitsland altijd speelde, werd ik soms niet als een keiharde verdediger gezien omdat ik graag offensief meedeed en wilde voetballen. In Nijmegen realiseerde ik me al snel dat ik in Nederland nóg meer moest meevoetballen, wat in Duitsland soms kritiek opleverde.

In Nijmegen voelde ik meteen dat ik niet hoefde te doen alsof ik iemand anders was en dat mijn manier van spelen werd gewaardeerd. Ik denk dat de mix van 'Duitse werkmentaliteit' en de ambitie om zelf te willen voetballen belangrijk was. Na onze eigen degradatie wilde iedereen in Nijmegen zien dat er hard gewerkt werd. Dat wilde ik geven, omdat ze mij snel het gevoel gaven dat niet Arminia Bielefeld mijn thuis was, maar N.E.C. Nijmegen. Dat was heel uniek voor mij."

Recordseizoen

Het kampioensjaar kende een vliegende start, waarbij de basis voor het latere succes volgens de verdediger al vroeg in de Jupiler League werd gelegd, ondanks de wekelijkse omschakeling tussen de verschillende, kleinere stadions. "Die kleinere stadions in de Jupiler League hadden ook hun charme. Ik denk dat het succes, onze manier van spelen en de samenhang binnen de club, terwijl we heel goed wisten waar we vandaan kwamen, een belangrijke basis vormden. Het verschil met de grotere stadions of grotere tegenstanders in de Eredivisie was gedurende de week nooit echt een thema in de kleedkamer. We probeerden gewoon ons eigen ding te doen, net zoals we dat in de Jupiler League deden, en het seizoen zo best mogelijk af te sluiten."

Op 3 april 2015 stelde N.E.C. de titel officieel veilig in een uitverkochte Goffert door met 1-0 te winnen van Sparta Rotterdam. De ontlading was destijds enorm, al verslapte de concentratie daarna niet omdat het absolute puntenrecord nog lonkte. "Voor mij voelde de titel op dat moment misschien al meer als een logisch gevolg van het seizoen, maar iedereen voelde de enorme opluchting dat het direct was gelukt om weer naar de Eredivisie te promoveren. De rest van de avond was een groot feest met zijn allen, al moesten we ons daarna ook weer snel concentreren om het puntenrecord te pakken. In Duitsland zeggen we dan: 'Wer feiern kann, der kann auch arbeiten'—oftewel: wie kan feesten, die kan ook werken."

De omschakeling naar de Eredivisie

De omschakeling van de kleinere, karakteristieke stadions in Velsen-Zuid en Oss naar een kolkende Kuip of ArenA in de Eredivisie verliep een seizoen later soepel. Toch was het voetbal in de Nederlandse competitie qua tempo in het begin een flinke omschakeling, met een aantal specifieke buitenspelers die indruk maakten. "Iederéén had een goed tempo. Ik herinner me bijvoorbeeld nog de tweede wedstrijd tegen FC Volendam. Soms kwamen Brandley Kuwas en soms Marengo over mijn kant. Ik dacht echt van: 'Nou, is dit hier normaal dat elke buitenspeler hier met een raket op zijn rug rondloopt en daarbij ook nog kan voetballen?' Dat was wel even wennen.

De lastigste directe tegenstander was denk ik Eljero Elia in mijn laatste wedstrijd voor N.E.C., uit tegen Feyenoord." Aan de rechterkant vormde hij in het kampioensjaar een duo met Alireza Jahanbakhsh, die destijds een toptransfer verdiende. De wisselwerking tussen de twee was een van de grote krachten van het elftal bij de terugkeer op het hoogste niveau. > "Ali was een absolute uitblinker in een heel goede selectie, en daarnaast een topmens. Het was goed voor hem dat hij die toptransfer pakte en vervolgens een mooie carrière heeft opgebouwd. Eerlijk gezegd had ik verdedigend niet eens zo heel veel taken aan zijn kant, want bijna elke tweede keer dat hij de bal had, scoorden we direct. Ik denk dat het een goede match was omdat ik wist hoe sterk hij aan de bal was, en hij wist op zijn beurt dat ik zijn rug te allen tijde dekte."

De sfeer in De Goffert

De sfeer in De Goffert bleek bovendien een heel andere dynamiek te hebben dan de stadions die hij vanuit Duitsland gewend was vanuit zijn periode in de 2. Bundesliga. Het voelde compacter, bijna alsof de spelers in hun eigen huiskamer stonden. "Ik denk dat Nijmegen toch iets meer als een familie voelde. Het stadion is iets kleiner en je kwam altijd dezelfde mensen tegen, maar ook de manier van wedstrijd kijken en meeleven was anders. Natuurlijk was er kritiek als er iets misging, maar je kon altijd voelen dat de meeste mensen positief bleven en dat de supporters elkaar weer opvingen. Het gevoel van de 'eigen woonkamer' tijdens een vrijdagavondwedstrijd was heel bijzonder. Natuurlijk is het makkelijker als je grotendeels succes hebt, maar je had ook in moeilijke wedstrijden nooit het gevoel dat het vanuit je eigen supporters de verkeerde kant op ging."

Dat succesvolle Eredivisie-seizoen, waarin N.E.C. knap als tiende eindigde, betekende ook de terugkeer van de Gelderse derby's tegen Vitesse. Een beladen wedstrijd waarin hij de onderlinge rivaliteit en de druk in de aanloop naar het duel als zeer intens heeft ervaren. "Iedereen voelt hoe trots de mensen op de club uit de benedenstad zijn. Ik had destijds al verschillende derby's gespeeld, maar de rivaliteit tussen N.E.C. en Vitesse was bijzonder og wordt in Nijmegen ook echt anders geleefd. De rivaliteit en de derby zelf worden veel vaker genoemd of aangesproken dan wanneer je bijvoorbeeld bij Arminia speelt en tegen VfL Osnabrück of Preußen Münster aantreedt. Het is bijna maar net over de brug, en je voelt aan alles hoe graag iedereen de eer van Nijmegen en N.E.C. wil verdedigen. Het bezoek van de supporters tijdens de laatste training voor de wedstrijd was bijvoorbeeld heel speciaal."

Een nieuwe rol

In de Eredivisie veranderde de rol van de rechtsback binnen het elftal. Met de komst van Todd Kane kreeg de defensie te maken met nieuwe concurrentie, terwijl hij zelf ook met blessureleed kampte. Trainer Ernest Faber gebruikte hem vervolgens regelmatig op het middenveld of als rechtsbuiten, een rol waarin hij zich volledig in het belang van het team schikte. "Met Todd werd er een speler met veel kwaliteit gehuurd. Bovendien had ik helaas in zowel het eerste als het tweede seizoen de binnenband van mijn rechterknie afgescheurd. Onder die omstandigheden is het in het voetbal normaal dat je rol verandert. Maar ik ben dankbaar voor Ernest Faber en ook voor Ron de Groot die mij die andere rol gaven. Ik was misschien geen specialist meer op mijn eigen positie gemeten aan speeltijd, maar ik werd een specialist om het elftal te helpen, en ook daar werd ik om gewaardeerd. Onder Ernest waren er positieve tekenen dat mijn rol de komende jaren bij N.E.C. zo zou kunnen blijven, en dat was prima voor mij.

Soms loopt het in het voetbal helaas anders als er personele veranderingen komen." Dat het elftal ondanks de tactische verschuivingen bleef presteren, had alles te maken met de uitstekende onderlinge chemie. De kleedkamer zat vol met uitgesproken karakters en smaakmakers, waarbij de hiërarchie voor een gezonde balans zorgde als het even tegenzat. "Iedereen was belangrijk, ook de spelers die misschien niet zo vaak speelden of minder in de spotlight stonden. Rens van Eijden was destijds heel belangrijk omdat hij over een uitstekende mentaliteit beschikte en al langer bij de club zat. Hij maakte ook deel uit van de ploeg die destijds degradeerde en wilde dat absoluut rechtzetten. Gelukkig viel er dat jaar veel te vieren.

De mentaliteit van de spelers was heel relaxed; we hadden goede muziek, deden dansjes in de kleedkamer en maakten veel grappen. Jongens als Navarone Foor, Gregor Breinburg, Anthony Limbombe, maar ook Sjoerd Ars of Jeffrey Leiwakabessy deden altijd mee. Het was gewoon een goede, typisch Nederlandse sfeer." Binnen die selectie trok hij intensief op met spits Christian Santos, die destijds uitgroeide tot een persoonlijke vriend voor het leven. "De hele periode bij N.E.C. was heel bijzonder voor mij en dat zal ik nooit vergeten of inruilen. Het was precies wat ik op dat moment in mijn carrière nodig had. N.E.C. blijft voor altijd in mijn hart, en niet alleen vanwege het sportieve succes.

Ik ben ook met Arminia Bielefeld en VfL Osnabrück gepromoveerd en dat was leuk, maar Nijmegen blijft speciaal vanwege de mensen die ik daar ben tegengekomen. Bovendien speelde en woonde ik in die tijd samen met mijn beste vriend Christian Santos, in een periode waarin we veel succes hadden en in het buitenland volwassen werden."

Het gedwongen vertrek

Na twee succesvolle seizoenen liep het contract van de verdediger af, waarna hij transfervrij vertrok naar het Duitse VfL Osnabrück. Het achterlaten van Nijmegen was destijds een moeilijke stap, mede omdat de beslissing niet vanuit de speler zelf kwam. "Het was inderdaad heel moeilijk om N.E.C. te verlaten en het was destijds ook niet mijn eigen beslissing. Hoewel mijn rol op dat moment was veranderd naar minder speelminuten, was ik absoluut klaar om in die rol langer bij de club te blijven en mijn bijdrage te leveren. De signalen van Ernest Faber gingen destijds ook in die richting, maar helaas veranderde de situatie toen hij vertrok.

De nieuwe trainer, Peter Hyballa, had zijn eigen plannen waarin voor mij helaas geen rol meer was weggelegd. Het voelde destijds heel raar om te moeten vertrekken, wetende hoe goed ik door de achterban was geaccepteerd. Al na mijn eerste seizoen liep mijn contract af en destijds kwamen de supporters nog in actie met de campagne 'Appiah moet blijven'. Het is voetbal en je moet het accepteren dat niet iedereen hetzelfde in je ziet, maar het afscheid viel me zwaar."

Het maatschappelijke leven en de connectie met Nijmegen

Na zijn vertrek uit Nijmegen speelde hij nog voor VfL Osnabrück, Birmingham Legion in de Verenigde Staten en tenslotte VfB Oldenburg, waarmee hij nog promoveerde naar de 3. Liga. Tweeënhalf jaar geleden zette hij definitief een punt achter zijn profloopbaan om de overstap te maken naar het maatschappelijke leven. Zijn vroege droom was hiermee voltooid, en de basis voor zijn liefde voor het Nederlandse voetbal bleek al vroeg te zijn gelegd. "Ik denk dat mijn droom als kind altijd is geweest om profvoetballer te worden. Als kind had ik al twee uitshirts van Ajax uit het seizoen 1999/2000 en we gingen vroeger vaak naar Center Parcs, dus de connectie met Nederland was er al vroeg.

Ik was al snel fan van het Nederlandse voetbal, ook omdat we het met Schalke 04 op jeugdtoernooien altijd heel lastig hadden tegen Nederlandse teams. Ik denk dat ik veel heb kunnen bereiken in mijn carrière en ik heb er enorm van genoten. Dat maakte de overstap naar een maatschappelijke carrière niet makkelijker, maar die is inmiddels gelukt. Ik heb destijds meteen de overstap gemaakt naar een bedrijf voor kantoor- en projectinrichting, waar ik nu werk in Sales en Projectmanagement. Daarnaast studeer ik International Management, ook om me zo breed mogelijk op te stellen zodat ik in de toekomst bijvoorbeeld weer in Nederland zou kunnen werken. Als ik in het weekend behoefte heb aan spanning, ga ik met mijn Ducati het circuit op."

De band met de club is echter altijd intact gebleven. Hij volgt de huidige sportieve opmars van N.E.C. in de Eredivisie met grote belangstelling en bezocht recent nog de bekerfinale in Rotterdam en de verjaardagswedstrijd in De Goffert. "De huidige prestaties zijn sensationeel en ik wil iedereen bij en rondom N.E.C. heel erg feliciteren. Soms verlaat je een club, ga je terug naar je eigen stad of land en kijk je achterom met de gedachte: 'Ja, het was een goede tijd', en dat is het dan. Maar om te zien hoe de club nu presteert en zichzelf heeft ontwikkeld, met nieuwe gezichten op het veld, op de kantoren en op de tribunes, maar ook met de bekende gezichten in de staf en bij de greenkeepers, maakt me oprecht trots.

Het laat zien dat mijn inschatting van destijds juist was: N.E.C. is een bijzondere familie met bijzondere mensen. Toen ik onlangs naar de verjaardagswedstrijd in Nijmegen kwam, wilde ik de supporters honderd procent geven, maar ik had helaas net een hernia opgelopen. Hoewel ik al was gestopt als voetballer, voelde het niet kunnen presteren zoals ze van mij gewend waren alsof ik vrienden teleurstelde."

Wederzijdse waardering

Terwijl de verwachtingen rondom het huidige N.E.C. blijven groeien, bewijst het bezoek van oud-spelers zoals de voormalig rechtsback dat de clubcultuur diep geworteld is. De waardering vanuit Nijmegen is in elk geval iets wat een blijvende indruk heeft achtergelaten, zo sluit hij zijn terugblik af. "Ik wil de fans van harte bedanken, het gevoel is volledig wederzijds. Iedereen die er destijds bij was, heeft me niet alleen iets gegeven voor mijn carrière als voetballer, maar voor mijn leven als mens. Ik spreek bijvoorbeeld nog steeds regelmatig met René Dellemann, die buitenlandse spelers nog altijd Nederlandse les geeft, of met Andy Hooymayers.

Ik denk dat de fans me kennen en weten hoe ik ben, anders was de band destijds niet zo hecht geweest. Wat ze moeten weten is dat iedereen in Nijmegen voor altijd een grote betekenis voor mij zal hebben. Ook mijn vrienden en familie bewaren de hele N.E.C.-familie altijd in goede herinnering. Ik ben heel dankbaar dat ik bij deze mooie club mijn sporen heb mogen achterlaten, en dat was zonder de onvoorwaardelijke steun van de supporters nooit gelukt."

Deel dit artikel